Table for the 65 triples for predicate ns6:abstract

SubjectObject
?:Adelborst"Een adelborst is een marineofficier in opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM). Een adelborst is op het KIM onderdeel van het Korps Adelborsten. Bij andere krijgsmachtonderdelen dan de Marine heet zo iemand vaker een cadet. Het woord adelborst is een verbastering van het woord adelbursche, dat is edelknaap. De naam stamt nog uit de tijd dat enkel jongens uit families van adel toegelaten werden tot de officiersopleiding. Vanaf 1983 worden er aan het KIM ook vrouwelijke adelborsten toegelaten. De Engelse benaming van deze rang is Midshipman, de Duitse Seekadett en de Russische Mitsjman. In de 17e eeuw was in Nederland de rang adelborst niet beperkt tot de zeevaart. Zo huwt in 1623 te Vollenhove Jacob Manbach (destijds een adellijke familie) met de vermelding "adelborst onder Hopman Stersing"."@nl
?:Afhouder"Een afhouder of afhouwer was een jongen die op een vissersschip dat uitvoer ter haringvisserij met de vleet voor het eerst mee vertrok naar zee. Hij was op zo’n schip de laagste in rang. Het gaat hier om een vorm van Noordzeevisserij welke niet meer op deze wijze wordt beoefend."@nl
?:Barbier"Een barbier houdt zich bezig met het scheren, knippen en verzorgen van baarden en snorren. Tevens is hij vaak herenkapper. Barbier is een zeer oud beroep dat bij de Egyptenaren al in hoog aanzien stond. De naam is afgeleid van het Latijnse barba dat baard betekent. Vanaf de 14de eeuw begonnen de barbiers zich te verenigen in gildes. In de middeleeuwen omvatte het werkterrein van de barbier ook dat van chirurgijn, een soort combinatie van tandarts en geneesheer. Het trekken van kiezen en aderlaten waren de meest voorkomende behandelingen. Aan dit laatste herinnert de rood-witte paal bij de ingang van de kapperswinkel. Zij is een representatie van de bandages die na het aderlaten werden uitgehangen om te drogen en in elkaar verstrengeld raakten. Het scheren van de baard gebeurt met een zeer scherp scheermes dat op leren banden gescherpt wordt. Door de ontwikkeling van het veiligheidsscheermes en het elektrische scheerapparaat raakte het beroep in Europa en Noord-Amerika na de Middeleeuwen steeds meer in onbruik. In veel Aziatische en Afrikaanse landen wordt het beroep van barbier echter nog steeds beoefend, vaak op straat, in combinatie met schoenenpoetsen. Barbier-1568. png Barbier omstreeks 1568 Close Shave Rajasthan. jpg Straatbarbier in Azië Changchun Street Barber 2005. jpg Ook in China een bekend verschijnsel op straat Barber shaving Damascus Syria. jpg Leerlingbarbier in Damascus"@nl
?:Bediende"Bediende is iemand die werkt binnen het huishouden van diens werkgever, en in sommige gevallen ook bij dit huishouden inwoont. Het werk van deze bedienden bestaat uit het uitvoeren van huishoudelijke taken binnen dit huishouden. Deze bedienden worden soms ook wel dienstbode, huisknecht of (in geval van een vrouw), dienstmeid of huishoudster genoemd. Bediende kan echter ook worden gebruikt voor het aanduiden van een werknemer in zijn algemeenheid."@nl
?:Beeldhouwer"Een beeldhouwer is een beoefenaar van de beeldhouwkunst. Beeldhouwen onderscheidt zich van de andere kunsten door het feit dat de kunstenaar ruimtelijke, driedimensionale werken maakt. Beeldhouwkunst is tegenwoordig een ruim begrip waarbij men ook kan denken aan bijvoorbeeld ruimtelijke installaties, environments en land art."@nl
?:Blokmaker"Blokmaker was in de scheepsbouw het ambacht voor het vervaardigen van blokken, ook wel katrol genoemd. Een in de zestiende en zeventiende eeuw onmisbaar ambacht; benodigd in de scheepsbouw, de werkplaats waar het ambacht werd beoefend stond bekend als blokkenmakerij. Een blok is een apparaat om touwwerk in verschillende richtingen te kunnen leiden, tevens in gebruik als samenstellend deel van takelconstructies en talies. Een blok werd vervaardigd van hout, en wordt naar het aantal schijven genoemd: één- twee- of drieschijfsblok enz. Een houten blok kan uit één stuk worden gemaakt, maar gebruikelijker is, zeker bij meer-schijfsblokken, een constructie die bestaat uit twee wangen die door dammen op een vaste afstand worden gehouden, terwijl bij meerschijfsblokken de schijven door dunne schotjes worden gescheiden. Het geheel wordt dan verstevigd en doorverbonden met houten pennen. Houten blokken zijn gestropt; wat wil zeggen: zij worden door een touwen strop of grommer omvat, die in de neuten (gleuven) van de wangen wordt ingelaten, of zij zijn van ijzeren beslag voorzien, met een al of niet draaiende nok (haak). De schijven zijn van pokhout of ijzer vervaardigd en draaien om een nagel of bout, die door de wangen en schijven gaat. Een kinnebaksblok is een blok waarbij één wang open is, zodat een tros in het blok kan worden gelegd zonder dat men die behoeft in te scheren. Zeilschepen hebben en zeer groot aantal blokken in de tuigage (enige honderden) van verschillende vorm en grootte. Bijvoorbeeld: brasblokken, boelijnblokken, toppeneindblokken, jufferblokken, schenkelblokken, vioolblokken, enz. Al naar het gebruik of de wijze van samenstelling in talies. Op koopvaardijschepen en bij marineschepen vindt men een groot aantal blokken, onder andere in het laadgerei en in de sloepstakels, waarbij het blok is voorzien van een zelfremmende onderblok; alleen wanneer de aan het onderblok aangebrachte hefboom wordt gelicht, kan de takelconstructie worden gevierd en zal de sloep zakken."@nl
?:Boekhouder"Een boekhouder verzorgt de boekhouding van één of meerdere ondernemingen of zelfstandigen. Een boekhouder doet ander werk dan een accountant. Een boekhouder moet zich beperken tot samenstellende werkzaamheden terwijl de accountant een verklaring mag afgeven die iets zegt over de betrouwbaarheid van de gegevens. Bij controleplichtige bedrijven of instellingen is een accountantsverklaring bij wet verplicht, of wordt soms door belanghebbenden geëist. Een boekhouder mag deze verklaring niet afgeven. Het is dus zo dat een accountant wel alle werkzaamheden van een boekhouder mag doen, maar op dit punt dus niet andersom. In veel bedrijven in het midden- en kleinbedrijf bestaat de administratie uit één enkel persoon. Al dan niet bijgestaan door een vol- of deeltijdse medewerker voor (delen van) het inboekwerk, is deze persoon volledig verantwoordelijk voor de gehele administratie. Bij grotere bedrijven werkt de boekhouder onder leiding van de financieel manager of controller. De allergrootsten hebben een interne accountantsdienst onder verantwoordelijkheid van een CFO. De werkzaamheden omvatten veelal het boeken en verwerken van alle gegevens, debiteurenbeheer en crediteurenbetalingen, maar daarnaast ook rapportages en de meeste belastingaangiftes. Bedrijven of instellingen van enige omvang hebben hiervoor een fiscaal jurist in dienst of besteden het uit aan een belastingadviseur."@nl
?:Bootsman"Bootsman is een rang en een functie aan boord van koopvaardijschepen. De bootsman heeft de leiding over de matrozen en lichtmatrozen. Hij krijgt zijn instructies van de eerste stuurman en onder diens leiding is hij verantwoordelijk voor, onder andere, het onderhoud van het schip. Bij veel roei- en zeilverenigingen wordt de term bootsman gebruikt voor die persoon die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de vloot van de betreffende vereniging. Gebruikelijke werkzaamheden zijn hierbij; reparaties, onderhoud en vaarklaar maken van de boten. Bij de watertak van scouting is het in Nederland de leider van een bak, in Vlaanderen is het de assistent-leider van een kwartier."@nl
?:Bottelier"Een bottelier aan boord van een schip is verantwoordelijk voor de inkoop van proviand en de rantsoenering daarvan. Dit was tot in de negentiende eeuw vooral op lange reizen een belangrijke functie, omdat schepen vaak weken op zee verkeerden zonder een haven aan te doen. Te weinig of bedorven voedsel kon allerlei ziekten aan boord van het schip doen uitbreken. Naast de hoofdtaak had de bottelier in later tijd ook andere taken, waaronder het indelen van het wachtsvolk. Bij de Koninklijke Marine is het dienstvakonderscheidingsteken van de bottelier een vaatje of tonnetje."@nl
?:Brigantijn"Een brigantijn (ook wel schoenerbrik genoemd) is een zeilschip met twee masten. Zoals de naam schoenerbrik al doet vermoeden, is de brigantijn afgeleid van de brik. Bij de brigantijn is alleen de voorste mast vierkant getuigd. De achterste mast is gaffelgetuigd (schoenergetuigd), en voert bovenin nog een of twee razeilen. De naam is afkomstig van een Italiaans roofschip, de bergantin of bargantin, een kleine galei van de Middellandse Zee, maar reeds in de 13e eeuw ook in gebruik bij de Portugezen, Spanjaarden, Turken en Fransen. Deze laatsten spraken van brigantin. De brigantijn zoals wij hem kennen ontstond pas aan het begin van de 18e eeuw en had oorspronkelijk een ronde boeg en vallende spiegel. Het voorschip werd gaandeweg scherper en de latere brigantijn kreeg zelfs een klippersteven en een overhangend achterschip. Het zeilplan bleef min of meer hetzelfde, maar de razeilen aan de grote mast verdwenen; het werd een schoenerbrik. De brigantijn werd in het verleden veelvuldig ingezet door smokkelaars en piraten. Zij waardeerden het schip vanwege zijn wendbaarheid en goede vaareigenschappen op aandewindse koersen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de marine en de kustwacht die deze schepen achterna zaten, al snel hun eigen brigantijnen in de vaart brachten. Vandaag de dag varen er nog verschillende brigantijnen rond, meestal als zeilend passagiersschip voor dagtochten en kleine cruises. De brigantijn 'Nave Italia', in 1993 in de vaart gekomen als 'Swan Fan Makkum', is de grootste brigantijn ter wereld. Het van oorsprong Nederlandse schip werd in februari 2007 aan een Italiaanse organisatie verkocht."@nl
?:Chirurgijn"De chirurgijn was een medisch behandelaar in de middeleeuwen en vroegmoderne tijd. Het vak van chirurgijn kwam voort uit het werk van de barbier, en hield zich vooral bezig met zaken, waarbij bloed tevoorschijn kwam, dit in tegenstelling tot de universitair opgeleide internistische artsen."@nl
?:Derde"Met derde of onbetrokken partij bedoelt men een buitenstaander bij een rechtsverhouding tussen twee (of meer) partijen. Soms duidt het ook op een extern persoon of instantie die diensten of service aanlevert die niet door het eigen personeel uitgevoerd (kunnen) worden."@nl
?:Essayeur"Een essayeur is sinds 1815 een door het Rijk aangestelde controleur van het gehalte der goud- en zilverwerken en munten, syn. keurmeester (1), toetser. Dat gold zowel voor de controle op het edelmetaalgehalte van platina, gouden en zilveren werken (tot 1 maart 1987, zie de huidige Waarborgwet 1986 en www. waarborg. nl) alswel voor het slaan van munten van edelmetaal (tot 15 juni 1994, zie de huidige Muntwet 2002 en www. knm. nl). Door de privatisering van de Dienst voor het waarborgen van edelmetaal werken in 1987 (Waarborg Platina, Goud en Zilver N.V. te Gouda) alswel door het verzelfstandigen van de Rijksmunt in 1994 (Koninklijke Nederlandse Munt N.V. te Utrecht) werd dit beroep een functie binnen de organisatie. Als chemisch analist is hij belast met de kwaliteitscontrole van aangeleverd platina-, goud- en zilverwerk dat na goedkeuring wordt voorzien van het verplichte wettelijke gehalteteken van dat edelmetaal naast het meesterteken van de maker. Na keuring bij de Munt kan het edelmetaal voor de muntslag in aanmerking komen voorzien van het muntmeesterteken voor de wettelijke betaalmiddelen uit de Muntwet. Voor andere edelmetaal voorwerpen van de Munt gelden de eisen volgens de Waarborgwet 1986. Op 1 maart 1987 trad de huidige waarborgwet in werking en is de oude waarborgdienst (overheidsdienst) onder leiding van de eerste algemene directeur de heer Mr. Eric L. Daae en Financieel directeur de heer Carlos A. Trinidad omgezet in de nieuwe Waarborg Platina Goud en Zilver N.V. Dit was de eerste overheidsdienst dat een dergelijke privatisering onderging. Verantwoordelije minister van Financien was Onno Ruding."@nl
?:Fiscaal"Een fiscaal (ook wel fiskaal) was een gerechtsdienaar werkzaam in een kolonie in dienst van de WIC of de VOC. De fiscaal was een soort officier van justitie."@nl
?:Fregat"Een hedendaags fregat is een oorlogsschip met een lengte tussen 100 en 150 meter, een bemanning van ongeveer 150-300 mensen en een waterverplaatsing variërend van 2000 tot ca. 6000 ton. De taken van een fregat zijn divers en liggen onder andere op het gebied van onderzeeboot-bestrijding (onder water), het beschermen van konvooien (op het water) en het creëren van een luchtverdedigingschild (boven water). Meer dan andere schepen zijn fregatten de werkpaarden van de vloot."@nl
?:Galjoot"De galjoot was van oorsprong een kustvaarder. Een platboomd vaartuig met zijzwaarden, voor de koopvaardij. Het was in gebruik bij Scandinaviërs, Duitsers, Nederlanders en Vlamingen. Een roei-zeilschip, dat ook wel in de vaart was voor de visserij en in de vijftiende en zestiende eeuw zelf als galeischip werd gebruikt. Vanaf de zeventiende eeuw werd het schip slanker. Het werd toen ook als adviesjacht of bombardeergaljoot ingezet bij de oorlogsvloot. De VOC gebruikte het voor de vaart op Oost-Indië."@nl
?:Gonting"Gonting is een plaats in het bestuurlijke gebied Mandailing Natal in de provincie Noord-Sumatra, Indonesië. Het dorp telt 544 inwoners (volkstelling 2010)."@nl
?:Hoeker"De Hoeker is een rondgebouwde driemaster van Nederlandse oorsprong uit de zeventiende eeuw. Oorspronkelijk was het een vissersvaartuig, maar het werd ook wel voor de koopvaardij gebruikt. De naam hoeker is bedacht omdat het schip met een hoekwant viste. In 1664 besloot de Vereenigde Oostindische Compagnie dit schip in haar vloot op te nemen. De Kamer van Delft kocht vier schepen. De Rotterdamse Kamer was de eerste die in 1667 de bouw van een serie hoekers startte. Al na 1670 verdwenen de hoekers weer uit de schepenlijsten van de VOC. Deze rondgebouwde driemasters werden in de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog ingezet nadat zij met kanonnen waren uitgerust. Na afloop van deze oorlog gingen zij naar de Oost, waar zij bleven. De meeste hoekers waren 80 voet lang en 20 voet breed en hadden een holte van 11 voet. De hoeker had een brede boeg en achtersteven. Zij hadden een grote- en een bezaansmast met vierkante zeilen. De grotere hoekers hadden ook nog een fokkemast, zoals de iets kleinere fluiten. Het zeil van de bezaansmast was dan vervangen door een driehoekig Latijns zeil. Na 1670 werd nog slechts af en toe een hoeker gebouwd, zoals in 1695. Die was groter dan de andere: 90 voet en een duim lang, 23 voet en zes duim breed en een holte van 11 voet en 10,5 duim."@nl
?:Hofmeester"Een hofmeester (lat. Magister curiae) was als lid van de karolingische ministerialiteit verantwoordelijk voor het hof-huishouden van de leenheer. Oorspronkelijk zorgde de drossaard voor de tafel van de heer. Deze taak ontwikkelde zich in de 8e en 9e eeuw n.C. in twee richtingen. Aan de ene kant krijgt de drost steeds meer taken buiten het hof en wordt hij een bestuursambtenaar in een afgebakend ambtsgebied, bijvoorbeeld in het oorspronkelijke gebied van de graaf. Zo bekeken is hij de voorloper van de ambtman (amman). Aan de andere kant ontwikkelt de taak van de drossaard zich tot die van hofmeester (magister curiae) en beperkt deze zich meer en meer tot het organiseren van feestelijkheden en de garderobe van de heer. De term "Hofmeester" wordt tegenwoordig nog gebruikt als de benaming van een kelner bij de Nederlandse defensie. Op passagiersboten heeft hij dezelfde functie en is daarmee vergelijkbaar met een 'steward' in een vliegtuig."@nl
?:Jongen"Een jongen is een mannelijk persoon, in het algemeen een kind. De term wordt echter ook vaak gebruikt voor jongvolwassen mannen tot ca. 30 jaar. Het woord jongen betekende van oorsprong jong mens of jong iemand. Het wordt dan ook wel gebruikt in plaats van mens (jongens van Jan de Wit, jongens van de gestampte pot). In het Nederlands wordt soms ook een volwassen man nog wel eens met "jongen" aangesproken. In uitdrukkingen als: 'Kom op jongens' en: 'Zullen we gaan, jongens?' worden groepen aangesproken. Daar kunnen zich dan ook wel ook meiden of meisjes onder bevinden of uitsluitend meisjes."@nl
?:Klene"Klene is een Nederlands fabrikant van zoetwaren, voornamelijk bekend vanwege de productie van drop. Klene is, nadat het in 1999 is overgenomen door branchegenoot Van Melle, sinds 2001 onderdeel van Perfetti Van Melle. De fabriek van Klene is gevestigd in Hoorn, op het bedrijventerrein Hoorn80."@nl
?:Klipper"Een klipper is een snel zeilschip met een scherpe boeg en een of meerdere masten, dat eind 19e eeuw en begin 20e eeuw in gebruik was. De klipper is vooral bekend vanwege de grote snelheden die de schepen haalden. Hierdoor werden ze doorgaans gebruikt voor de handel in etenswaren en andere goederen die konden bederven. De hoge snelheden werden gehaald doordat de schepen slank en relatief klein waren, maar wel een zeer groot zeiloppervlak hadden. De meeste klippers werden geproduceerd op Britse en Amerikaanse scheepswerven. Daarnaast bouwden ook Nederland, Frankrijk en enkele andere landen nog een aantal klippers. Nederland heeft zich onderscheiden door het bouwen van een grote hoeveelheid zeilende platbodems voor de binnenvaart, tussen 1890 en 1925. Deze droegen ook de naam 'klipper', al leken ze alleen boven de waterlijn op de zeegaande voorgangers. Bovendien werden ze zonder uitzondering gebouwd van ijzer en staal, in plaats van hout. Er bestonden twee hoofdtypen: de Zeeuwse of Zuid-Hollandse klipper en de Friese klipper. Ook heden nog wordt met een aantal van deze schepen intensief gevaren in de ruime Nederlandse binnen- en kustwateren, onder de verzamelnaam 'bruine vloot'."@nl
?:Klipperaak"De klipperaak is een Nederlands zeilend binnenvaartschip. De klipperaken zijn, evenals de (binnen-) klippers, aken en tjalken, stalen/ijzeren zeilschepen met een plattebodem, een gaffeltuig en twee zwaarden."@nl
?:Koperslager"Een koperslager is een ambachtsman die platen koper of andere zachte metalen bewerkt. Dit bewerken omvat verschillende bewerkingen, zoals knippen, buigen, solderen en felsen. Een koperslager kan ketels maken en metalen dakbedekkingen produceren en monteren, maar ook sierlijk bewerkt koperen keukengerei wordt door koperslagers geproduceerd. Siervoorwerpen ontstaan wanneer de koperslager een plaat koper in een houten mal (of vorm) slaat (drijft) en daarmee omvormt tot een sier- of gebruiksvoorwerp. Op deze manier konden grote gebruiksvoorwerpen zoals borden betrekkelijk snel in serie worden geproduceerd, zonder gebruik te maken van speciale ovens. Tijdens de industriële revolutie is dit ambacht in onbruik gemaakt door de opkomst van persen die het werk waar een ervaren koperslager enkele uren over deed, in enkele seconden konden uitvoeren."@nl
?:Korporaal"In de militaire hiërarchie is korporaal een militaire rang (eig. stand) volgend op de rang van soldaat. In oorlogstijd verleent men die rang wel voor een bepaalde verdienste. In vredestijd telt vaak het aantal dienstmaanden of -jaren voor een bevordering, of moet zoals bij de Marine en het Korps Mariniers VVO oftewel de voortgezette vakopleiding worden doorlopen. In Nederland wordt men tegenwoordig korporaal krachtens functie, en bij een infanteriegroep wordt één korporaal aangesteld als plaatsvervanger (vergelijkbaar met assistent-leidinggevende) van de sergeant. Een plaatsvervangend korporaal werkt onder een sergeant en houdt bijvoorbeeld toezicht op enkele soldaten. Tevens adviseert de korporaal de sergeant. Dit kan zijn omdat de korporaal meer ervaring heeft (dienstjaren) of omdat deze de soldaten beter kent. Daarnaast heeft de plaatsvervangend korporaal in de uitvoering van drills en gevechtstechnieken specifieke, voor zijn functie omschreven taken. Bij afwezigheid van de onderofficier dient hij deze te vervangen. In het Nederlandse leger werden korporaals tot de manschappen gerekend. Korporaals bij de marine werden echter tot de onderofficieren gerekend. Een korporaal van de nautische dienst bij de marine wordt kwartiermeester genoemd. Bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) heette de inlandse korporaal gewoon 'korporaal', terwijl de Europese korporaal 'brigadier' werd genoemd. Het woord korporaal komt van het Engelse corporal, vanuit het Franse caporal, een synoniem van "tienman", dat weer afgeleid is van het Italiaanse caporale, dus een kleine capo, ofwel hoofd van een sectie soldaten; terwijl capo zich ontwikkeld heeft uit het Latijnse woord voor hoofd caput."@nl
?:Kotter"Een kotter is oorspronkelijk een S-spant zeilscheepje, met een lage achtersteven. Het had een mast met daaraan meerdere zeilen. De kotter wordt voor meerdere doeleinden gebruikt, maar vindt vooral zijn toepassing in de visserij. De voortstuwing vindt tegenwoordig plaats door een dieselmotor in plaats van zeilen. Met het huidige woord kotter bedoelen we voornamelijk de schepen die worden gebruikt binnen de visserij. Op schepen ter visserij is de lettercode van de thuishaven en een volgnummer aangebracht, de naam van het schip is minder prominent aanwezig."@nl
?:Kwekeling"Kwekeling is een ouderwetse Nederlandse term voor iemand die een dagopleiding volgt aan een school voor onderwijzer of onderwijzeres. Je zou zo iemand tegenwoordig een PABO-student noemen. Tot in de jaren '80 van de 20e eeuw werd de term kwekeling gebruikt"@nl
?:Leerling"Een leerling is iemand die les volgt, bijvoorbeeld bij een onderwijzer. In de tijd van de gilden was een leerling in opleiding bij een (gilde) meester met zijn gezellen om een beroep te leren en bij een leermeester om zich te bekwamen in de kunst Het woord pupil werd gebruikt voor een jonge leerling aan een middelbare school De benaming scholier is synoniem van "schoolgaande" leerling. De term wordt ook in de sport gebruikt om een leeftijdscategorie (ca. 10 jaar) aan te duiden. Een student is een oudere leerling, die studeert aan een universiteit of hogeschool Een discipel is een volgeling en wordt vooral gebruikt voor de twaalf leerlingen van Jezus Christus. De eerste graad in de vrijmetselarij, zie Leerling (vrijmetselarij) In het Engels kan leerling vertaald worden met pupil, maar ook met student. Scholieren in het voortgezet onderwijs worden in Nederland vertegenwoordigd door het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS), in Vlaanderen organiseren ze zich in de Vlaamse Scholierenkoepel."@nl
?:Lichter"Een lichter is een klein schip waar de goederen uit een groot schip in worden overgeladen. Het grote schip heeft meestal niet de mogelijkheid om een rivier of kanaal te bereiken. Indien een schip de plaats van bestemming kan bereiken zonder een deel van de lading op lichters te moeten overladen spreekt men van ongebroken last. Indien een deel van de lading via lichters moet worden aangevoerd, spreekt men van gebroken last. De eerste lichters werden gebruikt in de tijd van de VOC-schepen maar de Engelse variant van de naam (Lighter) komt terug in het Lighter Aboard Ship (LASH) scheepstype."@nl
?:Lichtmatroos"Een lichtmatroos is een matroos die werkt als assistent van de bootsman en kwartiermeester op een zeilboot. Hij zorgt voor de veiligheid van de gasten, maar verricht ook benedendeks huishoudelijke taken. Een lichtmatroos is na de deksman de laagste in hiërarchie. Een lichtmatroos volgt echter een beroepsopleiding, waar een deksman geen opleiding heeft of volgt."@nl
?:Logger"De logger was een zeevissersvaartuig dat in 1866 voor het eerst in Nederland werd geïntroduceerd en daar in gebruik werd gesteld voor de vleetvisserij op haring. De man die het schip naar Nederland haalde, was de Scheveningse reder Adrien Eugène Maas. Hij was van mening dat de, toen voor de zeevisserij gebruikte, plompe bomschuit een te traag zeilschip was. Ze was voor de plaatselijke vleetvisserij, die sterk in opkomst was, niet goed bruikbaar. Maas liet daarom in Boulogne sur Mer een ranker, en dus sneller, vissersvaartuig bouwen naar een Frans scheepsmodel dat daar lougre werd genoemd. In Nederland werd het geïntroduceerde vaartuig al spoedig aangeduid als logger. Het schip was expliciet bestemd voor de Noordzeevisserij op haring. Daarvoor waren speciale haringnetten in gebruik. De nieuwgebouwde (zeil)logger betrof een driemaster die de naam "Scheveningen" en het registratienummer SN 1 kreeg. Op schepen ter visserij is de lettercode van de thuishaven en een volgnummer aangebracht. De letteraanduiding SN voor Scheveningen zou later wijzigen in SCH. Aangezien Scheveningen - evenals alle andere Noordzeedorpen - nog geen haven telde, werd de nieuwe aanwinst in Vlaardingen gestationeerd. Nog in hetzelfde jaar bestelde Maas twee nieuwe zeilloggers bij Vlaardingse scheepswerven. Deze schepen kregen de namen "Hollander" en "Arnoldine Marie" en liepen op 4 april 1867 van stapel. De afmetingen van de eerste logger waren: lengte 17 meter, breedte 5,55 meter, diepte 2,40 meter en inhoud 45 à 50 ton."@nl
?:Loodgieter"Loodgieter is een vak dat zich richt op aanleg en onderhoud van sanitair, verwarmingsinstallaties, waterleidingen en/of riolering. Het woord loodgieter is ontleend aan het gieten van stroken lood en loden pijpen. Deze stroken werden gebruikt om buizen waterdicht te maken. Kort na de Tweede Wereldoorlog vestigden zich veel nieuwe loodgieters in Nederland om aan de wederopbouw te helpen. Om zich als zelfstandig loodgietersbedrijf te vestigen moest men aan drie voorwaarden voldoen. Men diende in het bezit te zijn van het middenstandsdiploma, een vakdiploma en enige kredietwaardigheid. Het vakdiploma, het GAWALO-diploma (erkend GAsfitter, WAterfitter en LOodgieter) kon men met een avondopleiding in ongeveer 4 of 5 jaar behalen. Het middenstandsdiploma was eveneens, op bijvoorbeeld een Handelsavondschool, met het volgen van avondlessen in 2 jaar te halen. Het werkgebied van een loodgieter is in de 20e eeuw een stuk ruimer geworden. Zo kan een loodgieter zich bezighouden met de aanleg en het onderhoud van sanitair, verwarmingsinstallaties, waterleidingen en/of riolering. Ook moet een loodgieter steeds meer van computers afweten, aangezien cv-ketels, een belangrijk werkterrein van de loodgieter, steeds meer gebruikmaken van deze moderne technologie. Er is ook een vakvereniging voor loodgieters, UNETO-VNI. Hier kunnen bedrijven lid van worden wanneer zij bepaalde diploma's in huis hebben (ten minste één van de personeelsleden) en aan allerlei eisen voldoen."@nl
?:Loodsboot"Een loodsboot is een boot die een loods aan boord van een zeegaand schip brengt. De loodsboot vaart op zee, op een vaste positie, men noemt dit kruispost."@nl
?:Luitenant"Luitenant betekent, net als het woord stadhouder, plaatsvervanger. Het woord komt uit het Frans: lieu = plaats, tenir = houden. In Nederland komt deze militaire rang nog voor bij het leger. Zie: Eerste luitenant Tweede luitenant / Onderluitenant"@nl
?:Matroos"Een matroos is een man of vrouw die alle algemene en voorkomende werkzaamheden aan boord van een schip verricht die nodig zijn om het schip rein en zeewaardig te houden. Dit houdt onder meer in het onderhoud aan en het schoonhouden van het schip, roerganger zijn en uitkijk houden. Waar het zeilschepen betreft gaat of het ook om het bedienen van de zeilen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen volmatrozen en lichtmatrozen. De laatste is beginnend matroos, ook wel aankomend matroos of matroos onder de gage genoemd."@nl
?:Metselaar"Een metselaar is een vak- of ambachtsman die bakstenen of blokken natuursteen vermetselt. Een metselaar beschikt over divers gereedschap: Een metseltroffel, om de specie op de reeds gemetselde laag aan te brengen en te spreiden tijdens het metselen. Troffels zijn er in diverse soorten en zowel voor links-als rechtshandigen. Een voegspijker, waarmee de voegspecie tussen de voegen wordt gebracht om het geheel af te werken. Voegspijkers kunnen we verdelen in lintvoegspijker, voor de horizontale voegen en de stootvoegspijker voor de korte stukjes, de stootvoegen, ertussen. Een kaphamer, een hamer die aan de ene kant voorzien is van een vierkant vlak en aan de andere kant van een gebogen gedeelte, dat enigszins op een beitel lijkt. Met deze hamer kan hij stukken van de steen afslaan of anderszins bewerken. Ook kan hij met de vlakke kant op de sabel of de voegbeitel slaan. Een sabel, een stalen strip, die zo gevormd en geslepen is, dat de metselaar heel precies stenen kan behakken en bewerken. Een voegbeitel, ook wel klezoorbeitel genoemd. Deze lijkt op een koudbeitel, maar heeft een breed blad. De breedte hiervan kan variëren van 5 cm tot 10 cm. De snede is van beide zijden scherp geslepen. Hiermee kunnen stenen op maat gehakt worden, maar hij wordt ook gebruikt om voegen uit te hakken. Een dagge, een voegijzer om specie in het midden van een voeg van een streep te voorzien. Hierdoor lijkt een voeg smaller. Overig gereedschap dat een metselaar nodig heeft zijn een metseldraad, waterpas, duimstok, timmermanspotlood, schietlood, klauwhamer. Ook een bats, stoffer en nijptang kunnen goed van pas komen."@nl
?:Molenmaker"De molenmaker of molenbouwer is de vakman die een molen herstelt, restaureert of nieuw bouwt. Een molenmaker heeft bij zijn werkzaamheden diverse (elektro)motor-gereedschappen nodig, zoals: een lintzaag, een schaafmachine, een houtdraaibank, een slijpsteen en een boormachine. Benodigde handgereedschappen zijn onder meer: beitels, diverse schaven, zagen, tangen een moker, een voorhamer en zwaaihaak. Andere hulpmiddelen zijn een werkbank met bankschroef, houten- en ijzeren takelblokken, kettingtakels, touw, kettingen, dommekracht en vijzels. Ook een hoogwerker wordt gebruikt. Voor de veiligheid gebruikt de molenmaker bij het werken op grote hoogte een klimgordel om zich mee te zekeren. Bij het steken van de roeden, het plaatsen van de houten achtkant en de kap wordt gebruikgemaakt van een telescoopkraan. Bij het herstellen van verrotte balkenkoppen wordt veel gebruikgemaakt van kunsthars. Er bestaan geslachten van molenmakers, zoals: Boles resp. Bol'es. Een bekende naam uit vroeger eeuwen was ook Jan Adriaensz. Leeghwater (1575-1650) uit De Rijp. Veel molenmakerbedrijven zijn aangsloten bij de Nederlandse Vereniging Van Molenmakers (NVVM)."@nl
?:Motorschip"Een motorschip (m.s. ) is een schip dat wordt aangedreven door, meestal, een dieselmotor. Het motorschip was de concurrent en de opvolger van het stoomschip. De komst van het motorschip betekende een verandering van brandstof. In plaats van steenkool werd olie gebruikt, afgezien van enkele stoomschepen die hun stoom door middel van olie opwekten. Het eerste motorschip ter wereld werd in Rusland te water gelaten in 1903. Dit was de Vandal, die dieselelektrische aandrijving kende. Dit bood mogelijkheden bij het omkeren van de draairichting van de schroef. De geschiedenis van het motorschip kan worden gemarkeerd door de Wereldtentoonstelling van 1906 te Milaan, waar de eerste omkeerbare dieselmotor werd getoond. Met deze krachtbron kon de schroef weer rechtstreeks worden aangedreven, waardoor de belangstelling voor dieselelektrische aandrijving wegebde. In 1910 werd in Nederland het eerste zeevarende motorschip te water gelaten. Dit was de Vulcanus. Het werd gebouwd door de NDSM en de motor was van Werkspoor. Ook de Deense werf Bürmeister & Wain bouwde reeds in een vroeg stadium dergelijke schepen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden veel onderzeeboten gebouwd die uiteraard van een motor moesten worden voorzien. Hierdoor werd de technologie verder ontwikkeld. Gedurende de jaren '20 van de 20e eeuw werden de commerciële vloten in snel tempo met motorschepen uitgebreid."@nl
?:Novice"Een novice is iemand die voor de intrede in het klooster een proeftijd doormaakt tijdens het noviciaat. Het canoniek recht stelt deze proeftijd verplicht voordat men tijdelijke geloften kan afleggen. Voor het noviciaat staat in principe een jaar. Behalve de proeftijd heet vaak ook het klooster waar de novicen verblijven noviciaat. Kloosterregels als de Regel van Benedictus bevatten veelal bepalingen over de gang van zaken tijdens het noviciaat. Bij bepaalde kloosterorden wordt het noviciaat met een jaar verlengd. Voorwaarden tot toetreding zijn: een minimumleeftijd van zeventien jaar, de ongehuwde staat, rijpheid van karakter, het ontbreken van banden met andere religieuze instituten en een bewijs van doop en vormsel. De algemene gang van zaken tijdens het noviciaat is op juridisch niveau vastgelegd in de canones 641-653 van de Codex Iuris Canonici van 1983."@nl
?:Passagier"Een passagier is een persoon die niet actief deelneemt in het verkeer. Een passagier kan in verschillende vervoermiddelen meevaren en -rijden, bijvoorbeeld een bus, trein, vliegtuig of een schip, waarbij deze persoon meestal moet betalen om van die dienst te kunnen genieten. Voor passagiers (als meervoud) wordt in de luchtvaart ook wel de afkorting PAX gebruikt. Een bijrijder van een auto wordt weliswaar een passagier genoemd, maar vervult soms taken zoals kaartlezen, bediening van audio en navigatie apparatuur en telefoon beantwoorder."@nl
?:Prauw"Prauw is een verzamelbegrip voor de wat grotere inlandse vaartuigen in Nederlands-Indië. Het woord is afgeleid van het Maleise prahoe en wordt in het Nederlands nog steeds gebruikt om eenvoudige vaartuigen in ontwikkelingslanden mee aan te duiden. De prauwvaart was in de gehele Indonesische archipel voor de handel en ten behoeve van militaire doeleinden eeuwenlang het belangrijkste middel van vervoer. Er zijn vele benamingen voor prauwen die vaak het specifieke gebruik ervan aangeven. Een prahoe majang is een vissersboot, prahoe tōp; een soort handelsprauw, prahoe kroewis; een kruisboot van de Gouvernementsmarine terwijl een praoe koenting een groot vaartuig is met een schuins zeil. Een Molukse kora-kora is een grote staatsieroeiprauw. In de havens en op de redes waren de prahoe tambangan onmisbaar; veer- en laadprauwen die bij het laden en lossen van grotere schepen zorgden voor het vervoer van goederen en personen. De vlerkprauw die overal in Oceanië voorkomt heeft een of twee stangen of balken langszij ter verhoging van de stabiliteit."@nl
?:Reepschieter"Een reepschieter was een jongen die voor een tweede jaar - of zo men zei, voor een tweede teelt - mee vertrok naar zee op een vissersschip dat uitvoer voor de vleetvisserij. Dit betrof de visserij op haring. Hij was op zo’n schip de één na laagste in rang. Het gaat hier om een vorm van Noordzeevisserij welke niet meer op deze wijze wordt beoefend."@nl
?:Scheepje"Het scheepje is een recipiënt waarin wierookkorrels bewaard worden. Tijdens de H. Mis schept de priester met een lepeltje de korrels uit het scheepje en legt ze op de kooltjes in het wierookvat. De scheepjesdrager wordt een navicular genoemd."@nl
?:Scheepsjongen"Een scheepsjongen is een jongen van ongeveer 12 tot 17 jaar, die op een schip werkt als manusje-van-alles. Voor wat betreft een land als Nederland kwam dit voor in de scheepvaart van vóór de 20e eeuw. De arbeidswetgeving verbiedt de inzet van te jonge kinderen sinds het Kinderwetje van Van Houten. Meisjes als zeelui waren altijd al ongebruikelijk."@nl
?:Schipper"Een schipper is iemand die een varend beroep uitoefent en daarvoor de kennis, kunde, ervaring en de vereiste diploma's bezit om als gezagvoerder van een schip te mogen optreden."@nl
?:Schoener"Een schoener is een langsgetuigd zeilschip met oorspronkelijk 2, maar later ook meer masten. De romp is lang en smal met een diep stekende kiel, en de spanten hebben over de gehele lengte een S-vorm. Kenmerkend voor de schoenertuigage is dat de achterste mast langer is dan de voorste (met uitzondering van de vroege Europese schoenergetuigde schepen van de 19e eeuw). Bij driemastschoeners kunnen de masten even lang zijn, eventueel de middelste langer. De voorste mast (fokkemast) was vaak voorzien van twee razeilen. In West-Europa zijn rond 1900 veel schoeners gebruikt voor de kustvaart. Deze hadden een vlakke bodem, en waren soms voorzien van zij-zwaarden om de drift te beperken. Rond 1910 werden de eerste hulpmotoren ingebouwd. Het scheepstype raakte na 1920 in onbruik door de opkomende gemotoriseerde kustvaart."@nl
?:Schrijver"Een schrijver is iemand die een geschreven werk produceert zoals een boek, krantenartikel, script, poëzie of bladmuziek. Hoewel iedereen die iets schrijft zich een "schrijver" kan noemen, wordt de term in de praktijk vooral gebruikt voor mensen die literaire of wetenschappelijke teksten publiceren, tegenwoordig veelal journalisten en fictie- en non-fictie-schrijvers. De term wordt als een synoniem gebruikt voor "auteur", dat echter ruimer van betekenis is en ook kan slaan op niet-geschreven werken zoals films. De populariteit van internet opende voor veel aspirant-schrijvers de mogelijkheid om hun werk publiekelijk aan te bieden. Voorbeelden hiervan zijn weblogs en fanfictie. In vroegere eeuwen, toen verreweg de meeste mensen analfabeet waren, waren er rondreizende schrijvers die voor een vergoeding, voor klanten die iets op schrift gesteld moesten hebben, brieven en andere correspondentie vervaardigden. Deze kan men als een soort vroege "freelance"-secretarissen beschouwen."@nl
?:Secretaris"Een secretaris, penvoerder of abactis is de functie van de persoon die de verslaglegging doet van een organisatie, zoals van een vereniging of een stichting. Vaak doet een secretaris echter meer, hij of zij bereidt bijvoorbeeld de vergaderingen voor en houdt de opvolging van de acties in de gaten. Het woord secretaris betekent geheimhouder. Abactis is de Latijnse benaming van secretaris en wordt wel eens gebruikt binnen studentenverenigingen. De secretaris zit tijdens (formele) vergaderingen rechts van de voorzitter."@nl
?:Sergeant"De rang en functie van sergeant is ontstaan in de Middeleeuwen als knecht en schildknaap, in het Latijn serviens. De knecht moest vechten uit zelfbehoud, omdat oorlog in die tijd bestond uit het neersabelen van iedereen die binnen bereik kwam, ongeacht of deze gewapend of ongewapend was. Hierdoor werd de knecht een ervaren krijger, die wellicht zelf een paard kon berijden, maar die niet rijk genoeg was voor betaling van de benodigde knechten en uitrusting, die hem in aanmerking zouden laten komen voor de titel ridder. Als ervaren strijder werden knechten vaak ingezet om horigen voor te bereiden op een oorlog, ze aan te voeren in het gevecht en te voorkomen dat ze zouden vluchten. De naam sergeant komt echter pas later. Etymologisch komt het van "serre gens", diegene die de rangen van de mannen doet aansluiten. In de napoleontische periode was het van groot belang dat de rijen gesloten bleven, om aan een infanterie-eenheid de nodige vuurkracht te geven. De sergeanten (of "guides") liepen links en rechts van het gelid en zorgden ervoor dat de lijn gesloten (ook als er verliezen waren door vijandelijk vuur) en recht bleef. Door de eeuwen heen heeft deze functie zich ontwikkeld tot de rang van sergeant, een onderofficier die de praktische leiding geeft in het veld en orders vanuit de staf doorgeeft aan de manschappen. In het Belgische en Nederlandse leger zijn er verschillende soorten sergeanten zoals sergeant, sergeant eerste klasse en sergeant-majoor."@nl
?:Sleepboot"| |- | |} Een sleepboot is een relatief klein schip met een groot motorvermogen en een speciale trekschroef of schroeven dat wordt gebruikt in de sleepvaart. Sleeplijnen worden doorgaans bevestigd op een beting, sleephaak of sleeptrommel."@nl
?:Sloep"Een sloep is in bepaalde gevallen een klein scheepstype dat op het dek van een groter schip werd meegevoerd. Daarnaast is ze, zie onder bij vissloep, echter ook vele jaren als onafhankelijk zeevaartuig in gebruik geweest."@nl
?:Smak"Smak is een oud scheepstype uit de 18e en vroege 19e eeuw, oorspronkelijk afkomstig uit Nederland. De smak was een licht vaartuig voor kustvaart. De meeste smakken konden circa 60 ton last aan boord nemen, maar de grootste exemplaren konden tot 200 ton vervoeren."@nl
?:Smid"De smid (meervoud smeden) was vroeger een zeer veelvoorkomend beroep, ieder dorp had er wel een. Hij was de belangrijke persoon die alle ijzeren voorwerpen maakte die in de maatschappij nodig waren."@nl
?:Soldaat"Een soldaat was oorspronkelijk een krijgsman die tegen soldij (dus niet krachtens leenplicht of heervaart) dienst deed. Een soldaat is een militair met de laagste rang binnen de krijgsmacht. Deze persoon verzorgt alle lagere uitvoerende taken en is inzetbaar voor verschillende diensten binnen de eenheid van het krijgsmachtonderdeel waar hij of zij toe behoort. Binnen de Nederlandse krijgsmacht komt de rang van soldaat alleen voor bij de landmacht en luchtmacht. Vergelijkbare rangen binnen de Nederlandse krijgsmacht zijn matroos en marinier. Soldaten behoren tot het zogenoemde ongegradueerde personeel van de krijgsmacht."@nl
?:Steenhouwer"Een steenhouwer is een handwerksman die die natuursteen met hamer en beitel bewerkt in een steenhouwerij of werkzaam is in restauratiewerkzaamheden van natuursteen. Hoewel een beeldhouwer die in steen houwt ook soms als steenhouwer wordt aangeduid betreft dit twee afzonderlijke beroepen. Traditioneel wordt deze benaming dus toegekend aan iemand die het ambacht van steenbewerking verstaat."@nl
?:Supercargo"Een supercargo is de benaming in de scheepvaart van een persoon met een adviserende en bemiddelende rol tussen enerzijds het schip en anderzijds de walorganisatie. Veelal heeft de supercargo een aantal jaren ervaring op zee of een andere maritime achtergrond. Door een flexibele ladingplanning en een goede communicatie tussen beide partijen kan hij tijd en ruimte aan boord winnen, waardoor het schip eerder of voller kan vertrekken."@nl
?:Timmerman"Een timmerman is een vakman die een opleiding houtbewerking heeft gevolgd. In de bouw verricht hij nieuwbouw en/of onderhoud aan houten vloeren, wanden, dakconstructies, kozijnen, deuren en ramen. In de meubelmakerij noemt men hem schrijnwerker en maakt hij maatkasten en keukens. In informele Belgisch-Nederlandse omgangstaal wordt schrijnwerker dikwijls als synoniem van timmerman gebruikt. In de tijd dat handelsschepen (voornamelijk zeilschepen) en andere grote boten van hout werden gemaakt bouwde de scheepstimmerman voornamelijk de schepen en tijdens de reis van het schip herstelde hij de opgelopen schade. Een zijtak zijn de mastenmakers. Heden ten dage zijn het de vaklieden, die aan boord van schepen - waar gewoonlijk niets recht is en nauwelijks seriewerk voorkomt - hun vak uitoefenen. Zij houden het ambacht in ere. De Nederlandse jachtbouw is mede wereldberoemd door de kwaliteit van de Nederlandse scheepstimmerlieden. De NRC van 25 april 2008 meldde dat vakkundige timmerlieden zo schaars geworden zijn, dat een timmerman van 22 jaar heden ten dage per maand meer verdient dan een afgestudeerd beginnend academicus van die leeftijd (€ 2400 tegenover € 2350). Veel timmerlieden zijn ook zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) en verhuren zich aan bijvoorbeeld een aannemer of werken volledig voor zichzelf."@nl
?:Tjalk"De tjalk is een historisch zeilend vrachtschip voor de binnenwateren. De naam werd in de 17e eeuw voor het eerst gebruikt om schepen met ronde boeg aan te duiden. Dit scheepstype kent vele uitvoeringen."@nl
?:Vaandrig"Een vaandrig is de laagste officiersrang bij de Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marechaussee en is bedoeld voor officieren in opleiding. Het rangteken (bij de Landmacht) is een "stip", gelijk aan dat van de adjudant-onderofficier. Een vaandrig is nog niet als officier beëdigd door de Koning. Binnen de krijgsmacht wordt hij echter wel als officier behandeld. Ook voor functies binnen de NAVO komt de vaandrig in aanmerking voor functies op het OF1 niveau. Bij de artillerie, cavalerie en marechaussee wordt de vaandrig kornet genoemd. Bij de Koninklijke Marine is er geen direct overeenkomstige rang. Luitenant ter zee der 3e klasse OF-1, komt het dichtste in de buurt maar deze is al wel beëdigd tot officier. Officieren in opleiding worden bij de Marine adelborst genoemd, overeenkomstig met cadet. Tegenwoordig komt de term vaandrig eigenlijk alleen voor als cadet-vaandrig. Cadet-vaandrig is een rang die wordt gebruikt op de Koninklijke Militaire Academie te Breda, de officiersopleiding van de Landmacht, Luchtmacht en Marechaussee. Cadet-vaandrig is daarmee de eerste officiersrang, maar het houdt in dat de cadet nog in opleiding is. De eerste rang boven vaandrig is tweede luitenant. De term vaandrig is afkomstig van het vroegere gebruik dat de jongste officier het vaandel mocht dragen, zie ook vaandeldrager. Tot mei 1997 waren dienstplichtige officieren na hun initiële opleiding vaandrig, net voor het afzwaaien werden zij bevorderd tot tweede-luitenant. Alle zogenaamde Reserve Officieren Academisch Gevormd (ROAG) waren vaandrig."@nl
?:Vaandrig"Een vaandrig is de laagste officiersrang bij de Koninklijke Landmacht, Koninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marechaussee en is bedoeld voor officieren in opleiding. Het rangteken (bij de Landmacht) is een "stip", gelijk aan dat van de adjudant-onderofficier. Een vaandrig is nog niet als officier beëdigd door de Koning. Binnen de krijgsmacht wordt hij echter wel als officier behandeld. Ook voor functies binnen de NAVO komt de vaandrig in aanmerking voor functies op het OF1 niveau. Bij de artillerie, cavalerie en marechaussee wordt de vaandrig kornet genoemd en ze hebben dan zilverkleurige stippen (rangonderscheidingstekens). Dit geldt ook voor de officieren bij deze wapens, zij hebben zilverkleurige sterren en balken. Bij de Koninklijke Marine is er geen direct overeenkomstige rang. Luitenant ter zee der 3e klasse OF-1, komt het dichtste in de buurt maar deze is al wel beëdigd tot officier. Officieren in opleiding worden bij de Marine adelborst genoemd, overeenkomstig met cadet. Tegenwoordig komt de term vaandrig eigenlijk alleen voor als cadet-vaandrig. Cadet-vaandrig is een rang die wordt gebruikt op de Koninklijke Militaire Academie te Breda, de officiersopleiding van de Landmacht, Luchtmacht en Marechaussee. Cadet-vaandrig is daarmee de eerste officiersrang, maar het houdt in dat de cadet nog in opleiding is. De eerste rang boven vaandrig is tweede luitenant. De term vaandrig is afkomstig van het vroegere gebruik dat de jongste officier het vaandel mocht dragen, zie ook vaandeldrager. Tot mei 1997 waren dienstplichtige officieren na hun initiële opleiding vaandrig, net voor het afzwaaien werden zij bevorderd tot tweede-luitenant. Alle zogenaamde Reserve Officieren Academisch Gevormd (ROAG) waren vaandrig."@nl
?:Verstekeling"Een verstekeling of blinde passagier is iemand die zich op een schip illegaal of ongewenst aan boord bevindt. Meestal is het iemand die zijn land wil ontvluchten of die geen geld heeft voor de overtocht. Men kiest dan een West-Europees, Australisch of Amerikaans zeeschip uit om het land te ontvluchten. Hij komt stiekem aan boord via de vrachtlading en verbergt zich in het ruim of op een ander plaatsje, waar niet gauw iemand komt. Natuurlijk moet hij voldoende proviand bij zich hebben. Is het een schip dat veel passagiers vervoert, dan kan de verstekeling zich onopvallend onder de andere passagiers mengen. Een probleem waar hij dan mee te maken kan krijgen, is dat hij geen slaapplaats heeft. Op luxecruiseschepen zijn de maaltijden soms inclusief, zodat de verstekeling daar probleemloos gebruik van kan maken, mits hij door zijn (vaak armoedige) kleding niet opvalt. Een verstekeling kan zich ook verbergen in het onderstel van een vliegtuig. Door de kou en de lage luchtdruk op grote hoogte eindigt een dergelijk avontuur meestal met de dood. Het is al meermalen gebeurd dat verstekelingen die gevonden werden, overboord werden gezet, midden op zee. Volgens internationaal recht is dat streng verboden. De algemene regel is dat de kapitein eist dat de verstekeling de vrachtprijs betaalt. Betaalt de verstekeling niet (en vaak heeft hij geen geld), dan mag de kapitein hem arbeid laten verrichten waartoe hij in staat is. Hij moet er verder voor zorgen dat de verstekeling voldoende voeding en medische verzorging krijgt. Bij de eerstvolgende haven kan een verstekeling aan wal worden gezet en worden gerepatriëerd naar zijn land. Vaak komt de verstekeling echter niet door de douane en moet hij jarenlang aan boord blijven tot het schip in een haven komt waar hij wel van boord kan gaan."@nl
?:Volmatroos"Een volmatroos is een matroos op de koopvaardij die het diploma volmatroos bezit. Dit betekent dat de matroos kan splitsen en knopen, met zeilen en riemen om kan gaan. Tevens kan hij aan het roer staan, en het schip onderhouden. Ook de bevelen met betrekking tot de reddingsmiddelen moet hij kunnen uitvoeren."@nl
?:Vrouw"Een vrouw is een volwassen mens van het vrouwelijk geslacht. De term vrouw wordt meestal gebruikt voor een volwassen, waar meisje gewoonlijk voor kinderen, tieners of (vroege) twintigers gebruikt wordt. De term vrouw wordt echter ook gebruikt voor vrouwelijke mensen, ongeacht de leeftijd, in termen als "vrouwenrechten". Sommige personen met een geslachtsidentiteitsstoornis hebben wel de geslachtsidentiteit van een vrouw maar zijn chromosomaal gezien van het mannelijk geslacht."@nl
?:Zeilschip"Een zeilschip of zeilboot is een schip dat wordt voortbewogen door windkracht. Met "zeilboot" worden over het algemeen de wat kleinere vaartuigen aangeduid die voor sport of recreatie gebruikt worden, een schip is groter en wordt doorgaans gebruikt voor vracht(schip)- of passagiersvaart. De grens tussen beide is echter niet eenduidig te trekken. Bij een zeilschip worden de volgende onderdelen onderscheiden: een romp bestaande uit: de boeg aan het voorschip, met eventueel een boegspriet en/of een kluiverboom het middenschip met de opbouw en de gangboorden het achterschip met de achtersteven een zwaard: steekzwaard, midzwaard of zijzwaard of een vaste kiel een roer een of meer masten met ra's bij dwarsgetuigde schepen stengen bij dwarsgetuigde schepen giek gaffel bij gaffelgetuigde schepen spriet bij sprietgetuigde schepen een of meer zeilen het staand want, waaronder de stagen het lopend want, waaronder de schoten en vallen Indien een zeilschip twee of drie rompen heeft, wordt er gesproken over respectievelijk een catamaran of een trimaran. Het geheel waaruit de mast, het want, de zeilen, het touwwerk en de rondhouten die nodig zijn om een schip voort te bewegen en om een schip te laten ankeren, bestaat, noemt men de tuigage. De aan boord aanwezige hijstoestellen voor het laden en lossen van lading behoren, evenals de sloepen, ook tot de tuigage. Er zijn veel verschillende soorten tuigage."@nl
?:Ziekentrooster"Ziekentrooster of krankenbezoeker was een functie die van de zestiende eeuw tot begin twintigste eeuw in verschillende protestantse kerken bestond, met name in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De voornaamste taak van de ziekentrooster was het bezoeken van ernstig zieken om hen te bemoedigen en indien nodig te vermanen. De ziekentrooster bekleedde in principe geen kerkelijk ambt, maar was een leek en hij had niet de bevoegdheid om de sacramenten te bedienen."@nl